Selecteer een pagina
In 2008 studeerde ik af van de opleiding Communicatiewetenschap. Na twee maanden solliciteren kon ik via het uitzendbureau een baantje krijgen bij het Conservatorium van Amsterdam. Het was een baantje voor een aantal weken en het werk bestond uit taken waar ik niet voor had gestudeerd, maar de organisatie sprak me aan, ‘al die creatieve mensen’ en met mijn collega’s kon ik het meteen goed vinden. Ze waren blij met mijn enthousiasme en inzet en van de ene klus kwam de andere.

De aanhouder wint

Ook was er een communicatieafdeling waar ik graag terecht wilde komen, maar daar zou het eerste jaar zeker geen functie vrijkomen. Toch gold hier het principe ‘de aanhouder wint’, want ruim een jaar nadat ik was begonnen, kon ik toch tijdelijk voor drie dagen per week op de communicatieafdeling aan de slag. Het werk bleek heel anders te zijn dan wat ik in mijn opleiding had geleerd, veel praktischer, en de eerste klussen voelden als een uitdaging. De eerste keer dat ik een campagne had uitgewerkt en mijn posters in de stad hingen was ik zo trots!

Die creatieve omgeving leek zo’n droomplek…

Alles ging goed en ik werd op centraal niveau bij de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (waar het Conservatorium onderdeel van is) gevraagd om een ziektevervanging te doen. Het ging in eerste instantie om drie maanden, maar het werd steeds langer, tot degene die ik verving besloot haar baan op te zeggen. En ik mocht blijven; wat was ik blij!

Maar na een jaar of twee ontstonden de eerste twijfels en voelde ik een bepaalde onrust. De uitdaging die ik in het begin had gevoeld was allang verdwenen. Het werk leek allemaal erg op elkaar en ruimte voor eigen inbreng en mogelijkheden om door te groeien waren er niet echt. Eigenlijk wilde ik een andere baan, maar ik zou binnenkort ook een vast contract krijgen en we wilden een huis kopen, omdat ik zwanger was. Niet echt het moment om mijn baan op te zeggen, dus ik bleef.

We kochten een huis en we kregen een dochter. En na mijn zwangerschapsverlof keerde ik weer terug op mijn oude plek. Wat een onzin vond ik het allemaal! Ik dacht: ‘wat maakt het uit wat er in dat jaarverslag komt te staan, niemand die het toch leest! Ik wil bij mijn kind zijn!’ ‘Het zullen de hormonen wel zijn’, zeiden mensen om mij heen, ‘je moet toch zo’n negen maanden ontzwangeren…’. Ik besloot het nog even aan te kijken. Bovendien vond ik mijn nieuwe leven als moeder al intens genoeg; daar hoefde niet ook nog een verandering van baan bij.

Toen ik de boel weer een beetje op de rit had en weer over een andere baan begon na te denken, raakte ik zwanger van de tweede: ik bleef weer, om dezelfde redenen als eerder en we kregen een zoon.

De stoute schoenen aantrekken

Op een zondagochtend zitten we met onze twee kinderen op het terras bij Rapa Nui in Zandvoort en fantaseren we over het maken van een wereldreis. Waar zouden we naartoe gaan dan en voor hoe lang? Allerlei bestemmingen passeren de revue. Het zou fantastisch zijn, maar ja, dat kan natuurlijk niet! Of toch wel? We hebben recht op ouderschapsverlof. We besluiten de stoute schoenen aan te trekken en allebei ouderschapsverlof aan te vragen. Vier maanden mogen we weg!

Tijd voor elkaar, en voor bezinning

Het wordt een reis om nooit te vergeten! Heerlijk! Even uit de ratrace, niet bezig met het huishouden, niet rennen en vliegen om iedereen overal op tijd te brengen en weer op te halen, en lekker even geen geneuzel over cijfertjes in het jaarverslag en teksten in brochures of op de website. Wel: heel veel tijd en aandacht voor elkaar, ontspannen, lekker spelen met de kindjes.

En tijd voor bezinning… toch weer dat stemmetje in mijn hoofd over mijn werk: ‘ik moet echt iets anders doen, maar wat dan? Weer in de communicatie, of een heel ander vak? Tja, maar ik heb toch twee opleidingen gedaan in deze richting, dat kan ik toch niet zomaar weggooien? Maar ja, tot mijn pensioen dit werk blijven doen, daar zou ik echt heel ongelukkig van worden.’

Anderen willen helpen

Ik besluit het na onze reis aan te kaarten bij mijn leidinggevende. Zo kan het niet langer, er moet iets veranderen. Ik vraag of er mogelijkheden zijn om met een loopbaancoach te praten. Die zijn er.

Twee weken later zit ik aan de keukentafel bij mijn loopbaancoach en vertel ik haar waar ik mee zit. Aan het einde van het traject is duidelijk dat ik echt iets anders moet gaan doen. Een van mijn grootste drijfveren blijkt het willen helpen van anderen, maar hoe dat er dan concreet uit zou moeten zien is me nog niet duidelijk.

De AHK biedt me de mogelijkheid om ook nog te praten met een outplacementcoach. Zij adviseert mij te praten met verschillende mensen, op te schrijven waar ik blij van word, vrij en ruim denken, mindmapping, op gevoel, waar krijg ik energie van?

Zo klaar als een klontje

Een paar weken later weet ik het, het is zo klaar als een klontje! Alle puzzelstukjes lijken op hun plek te vallen wanneer ik een gesprek heb bij Sonnevelt Opleidingen met hun opleidingscoach. In de opleiding tot vitaliteitscoach komen al mijn interesses samen: andere mensen helpen, voeding, beweging, yoga en meditatie. Ik besluit de drie modules, waar de opleiding uit bestaat allemaal tegelijk te volgen. Een jaar later mag ik mezelf dan echt coach noemen en ben ik dagelijks bezig met mijn favoriete onderwerp.

Het heft in eigen handen

Ik heb zelf ervaren hoe groot de invloed kan zijn die ik heb op mijn vitaliteit, en hoeveel energie het geeft om het heft in eigen handen te nemen. En vanuit deze overtuiging wil ik anderen helpen. Ik wil hen helpen bij het terugvinden van de balans in zichzelf en in hun leven, bij het aanbrengen van kleine aanpassingen in leefstijl, bij het doorbreken van belemmerende gedragspatronen en bij het vinden van hun innerlijke motivatie, met het uiteindelijke doel een vitaler en gelukkiger leven te leiden.

Please follow and like us:
error